Logo
Contact
spacer
photo/thumb_434.jpg
Het uitzicht is fenomenaal
photo/thumb_435.jpg
Ook een kip?
• Neem nooit 1 kip, altijd minstens 2 of 3. Een kip is een prooidier en wordt nerveus als ze haar veiligheid in haar eentje moet bewaken.
• Zorg dat kuikens een veilige ren hebben. Ratten en roofvogels willen nog wel eens een kuikentje pakken. En zelfs vossen worden steeds vaker in de stad aangetroffen.
• Zoek een mentor die verstand heeft van kippen en je voor vergissingen kan behoeden.
• Begin je aan kuikentjes, bedenk dan dat er hanen tussen kunnen zitten. En een haan: dat is vragen om burenruzies.
• Uitgekeken op de kippen: zorg zelf voor een nieuw adres. Eet ze desnoods op. Dumpen is strafbaar.
Superkippen?
'Dat kan niet, die 30 tot 35 eitjes per week van de vier kippen van Jan en Wim (V, 7 mei), schreef Volkskrantlezer Rikkie Degenaar uit Beekbergen. 'Een kip in topconditie legt dagelijks een ei, maar slat ook wel eens een dagje over. Aan meer dan achtentwintig eieren kom je niet'.
Helemaal juist. Dat kan inderdaad niet. De twee buren hebben zes kippen (foutje); dan kan het wel.
Tik een kip op de kop
03-07-2014
de Volkskrant | In de stad je groenten telen is al heel gewoon. Nu is de tijd ook rijp voor kippen in de eigen achtertuin. Dat kan best, volgens de liefhebbers. Kippenvreugd of kippensmart?

Toen Ferdinand van Haastert op een namiddag zijn platte dak opstapte, scharrelde alleen de kleine zwarte nog in de ren. Van haar rossige vriendin geen spoor op en tussen de daken van de verder doodnormale Voorburgse woonwijk. Twee dagen later stond de buurvrouw van de eerste verdieping voor de deur, met in haar armen een verschrikte kip. ‘Van het dak gefladderd en geland op haar balkon’, glimlacht Van Haastert droogjes. Dat was de eerste kippenles van de ICT’er: kippen kunnen ervandoor.

Kapot gescharreld
Het uitzicht over Voorburg en Den Haag is fenomenaal, met een skyline van kantoortorens van Post NL en Nationale Nederlanden. Rondom zijn voeten pikken onverstoorbaar twee kippen tussen de planken van het vlonder. De zwarte, ras onbekend, blijft gezellig doortokken als Ferdinand haar liefdevol oppakt en tussen de veren kietelt. Elke dag mogen ze even uit de ren, een bouwsel van hout en gaas met aan een kant een nachthok. Op het zwarte zand slingeren bananenschillen, lege grapefruithelften en een  verdroogde maiskolf. Van Haastert had er een fijn grasveldje gezaaid, maar dat was door de dames na een paar weken vakkundig kapot gescharreld. Ook de muntplant bleek onweerstaanbaar en rondom de voet van een kleine rododendron en buxusstruik groeit inmiddels helemaal niets meer.

Droom
Van Haastert is een beginner en leert aldoende. Op een kippenforum op internet verklaarden de meesten hem voor gek. Kippen, die houd je niet op een dakterras. Maar de geboren Voorburger liet zich niet van de wijs brengen. Zijn droom was een  struisvogelboerderij in Australië, maar huiskippen waren een realistischer plan. Vorig najaar kocht hij via internet twee kuikens en de buren stuurde hij een email om de komst van de nieuwe dakbewoners aan te kondigen. In maart vond hij de eerste twee eitjes in het stro, natuurlijk de lekkerste ooit.

Soms gaat het mis
Naar schatting worden in Nederlandse gezinnen zo’n 1 miljoen kippen, eenden, ganzen en ander pluimvee als huisdier gehouden. De overgrote meerderheid daarvan zijn kippen. Precieze cijfers zijn er niet, maar kenners hebben stellig de indruk dat het aantal toeneemt. ‘Het houden van kippen past ook erg bij de groeiende belangstelling voor stadslandbouw en voedsel’, beaamt Ferry Leenstra, kippenexpert bij Livestock Research van Wageningen Universiteit. Kippen zijn volgens haar prima in de achtertuin te houden, mits ze voldoende ruimte en verzorging krijgen. Elke dag schoon drinkwater, zand waarin ze hun veren kunnen schoon schudden en een droog nachthok met een stok erin horen daar bij. Kippen zijn niet lastig, maar soms gaat het mis. Als ze ziek worden, elkaar gaan pikken, achter elkaar broeds zijn of de buren tot wanhoop drijven met hun gekakel.

Imitatiegekukel
Daar weten Jaap Spaan en Shirley Bollegraf alles van. Ze wonen boven een fotozaak in een drukke Amsterdamse winkelstraat, hebben een eigen terras en een met de bovenburen gedeelde binnentuin. Gelaten wijst Stronk naar de lege ren. Geweldig was het, wonen in hartje stad en dan toch de landelijke geluiden van hun kleurrijke toom kippen en de romantiek van het eierenrapen met hun dochtertje. Een jaar of zes ging het goed, toen gingen de buren klagen. Spaan had nog wel een relatief rustig ras uitgezocht en afgezien van een haan. Dat laatste was hem toch zuur opgebroken. Een van de hennen nam de hanenrol over, inclusief imitatiegekukel. Toen er een vakantiehuisje werd aangeschaft en het jonge gezin dus vaker van huis was, moesten de kippen wijken. Ze missen het gescharrel van de kippen nog altijd. ‘Als er een ras komt dat geen geluid maakt, neem ik meteen weer kippen’, zucht Spaan. ‘Ik vond het gezellig, de eitjes waren heerlijk en je kon alle etensresten aan ze kwijt.’ Ze waren ze snel kwijt via Marktplaats.

Spijtoptanten
Niet alle kippen krijgen op zo’n elegante manier een ander thuis. ‘Het dumpen van kippen is schering en inslag’, weet Peter van Poelgeest, adviseur bij Duurzaam Fauna Advies. Van Poelgeest wordt door gemeenten en de dierenbescherming ingeschakeld om verwilderde kippen te vangen. Want sommige spijtoptanten hebben weinig scrupules. Als het kuiken een haan blijkt, er geen vakantieadres gevonden wordt of de kip stopt met leggen worden ze losgelaten in stadsparken, plantsoenen, bij carpoolplaatsen, op bedrijventerreinen of begraafplaatsen. In het verleden vormden verwilderde kippen bijvoorbeeld een ware plaag voor het Amstelpark in Amsterdam en de omgeving rondom het Julianapark in Utrecht. De uitdijende populatie werd weggevangen, ook om te voorkomen dat steeds meer mensen dachten: ‘die twee van mij kunnen er ook nog wel bij’.
Een goede opvangplek voor de gevangen kippen vinden, valt nog niet mee. ‘Met spoed opvangadressen voor kippen en/of hanen gezocht’, meldt de website van de Dierenbescherming Amsterdam dan ook.

In de verse pasta
Bezint eer ge begint, weten ook inmiddels Jan Disseldorp en Wim Keijsers, twee buren in Amsterdam-Oud West. Ze zijn nu toe aan hun vierde ronde kippen.
De eerste lichting, afkomstig van een kippenfarm, hield na drie jaar op met leggen. De dames verhuisden naar een landje van een vriend maar vielen daar ten prooi aan een vos. De kuikentjes van de volgende lichting, gekregen van een school, groeiden uit tot plofkippen die na verloop van tijd in elkaar stortten. De derde lichting, uit een kippenfarm, pikte elkaar uiteindelijk dood.
Nu scharrelen in de driesterren-ren vier krieltjes van het oude ras New Hampshire. De ren staat op de scheiding van de tuin van beide mannen. Ze verzorgen de dames elk om de week en verdelen de eieren, zo’n 30 tot 35 per week. Die gaan in de verse pasta, tortilla en op zondag in het eierdopje. Een keer klaagde een buurvrouw over geluidsoverlast. Disseldorp: ‘Ik zei: “Wijs maar aan welke kip het is, dan draai ik haar de nek om.” We hebben nooit meer iets gehoord.’

de Volkskrant, 7 mei 2014
spacer