Logo
Contact
spacer
spacer
spacer
twitter
spacer
photo/thumb_446.jpg
Illustratie Jonathan Ball
Larie over calamari
De overleden grootmoeder op de achterbank van de auto die werd gestolen, de man die impotent werd van de euro: Peter Burger, onderzoeker en docent Journalistiek en Nieuwe Media van de Universiteit Leiden bestudeert sinds 1990 broodjes aap, geruchten, hoaxes en andere sterke verhalen. Hij doet daarvan gewag op zijn site De Gestolen Grootmoeder.
Begin vorig jaar voorspelde hij een grote toekomst voor het verhaal dat inktvisringetjes gemaakt worden van varkensdarmen, verwijzend naar een Amerikaans radioprogramma waarin een luisteraar daarvan gewag doet. In oktober werd hij op zijn wenken bediend toen CDA-europarlementariër Esther de Lange het broodje aap de wereld indroeg.
Calamari van varkensrectum: het is nog een paar graadjes walgelijker dan runderbiefstuk van paardenvlees, constateert hij. ‘Daar houden politici van: extreme verhalen die duidelijk maken hoe urgent de kwestie is die zij willen agenderen. Die verhalen doen hun werk ook als ze niet waar zijn.’
De Gestolen Grootmoeder biedt mooie reconstructies, heldere analyses en veel links.
Paniek!
18-07-2014
Voedselschandalen leiden steeds vaker tot een paniekerige hype, gevoed door sociale media, aangewakkerd door ngo’s en versterkt door het wantrouwen in keuringsdiensten die steken laten vallen. Is de paniek over ons voedsel terecht?

Brood met asbest, garnalen met voldoende gif om een rat te doden, brood met mensenhaar, verboden groeihormonen in vleeswaren, besmette mosselen,  en – terug van weggeweest – paard  in het rund. De afgelopen maanden doken er allerlei zaken op in ons eten die er niet in horen. 
En dat terwijl we nog aan het bijkomen zijn van 2013, met paard in gehaktballetjes van Ikea, in de lasagne van Albert Heijn en in de Chili con carne van Iglo. De grappen over deze horsegate waren niet van de lucht ( ‘Paard, het meest veelzijdige stukje rund’), maar ook de verontwaardiging was groot. Hoe kon het dat er zo makkelijk gefraudeerd kan worden met ons eten?
Hetzelfde jaar kwamen er biologische eieren voorbij die helemaal niet biologisch waren, toonde Zembla ons vlees besmet met poepbacteriën en liet hetzelfde programma klokkenluiders aan het woord over het omkatten van gewoon vlees naar (duurder) vlees met het keurmerk Beter Leven. Europarlementariër Esther de Lange, onvermoeibaar als het om bestrijden van voedselfraude gaat, wist in het najaar te melden dat inktvisringen gemaakt worden van varkensanus. Maar dat bleek gelukkig een broodje aap.

Van alle tijden
Om maar meteen een misverstand uit de weg te ruimen: voedselschandalen zijn van alle tijden en angst voor voedsel eveneens. Voedsel dat door anderen is verbouwd hebben we altijd gewantrouwd en vlees is altijd een beduchte verdachte geweest als het ging om voedselvergiftiging. Je wist maar nooit wat er in de worst en de paté zat. In 1855 tekende de cartoonist Honoré Daumier een prent waarop twee slagers katten en honden aan stukken snijden. ‘Zo maken slagers in Parijs Lyonse worst’, luidde het onderschrift.
Klachten over aangelengde melk, gesjoemel met kaas en het gewicht van brood waren eind negentiende eeuw aanleiding voor het oprichten van de eerste keuringsdienst: de Keuringsdienst van Waren. Er kwam toezicht op de kwaliteit van ons voedsel, maar ons eten werd ook ingewikkelder. Hoe ingewikkeld bleek tijdens de spraakmakende Planta-affaire in 1960. In augustus werden in rap tempo naar schatting honderdduizend mensen ziek. ‘Vreemde ziekte waart door Nederland’, kopte het ochtendblad. Jeuk, vlekken over het hele lichaam, koorts. Emulgator in margarine van het merk Planta (‘vol goeds uit zonnige landen’) was de grootste verdachte, maar opgehelderd is de mysterieuze uitbraak nooit. De affaire zorgde wel voor een gevoelige deuk in het vertrouwen in ons eten. Want als je al ziek kon worden van zoiets als margarine, hoe zat het dan met alle andere producten waaraan steeds meer hulpstoffen werden toegevoegd? ‘Bedreigt chemie de mens?’ en ‘Veehouders gebruiken antibiotica alsof het poedersuiker is’, schreven de dagbladen.
Twintig jaar later, in 1980, volgde een nieuw groot schandaal: diepgevroren nasi raakte besmet met nitriet, met twee doden als gevolg. Iglo moest paginagrote advertenties kopen om zijn gezicht te redden.
De jaren tachtig waren ook de jaren dat E-nummers een slechte naam krijgen. Regelmatig doken gestencilde lijsten op met E-nummers die verdacht of zelfs giftig zouden zijn; suiker en kleurstoffen (krijg je hyperactieve kinderen van), ve-tsin in Chinees eten (hartkloppingen). Het Voorlichtingsbureau voor de Voeding had er zijn handen vol aan om de beweringen te nuanceren of tegen te spreken. Pcb’s in moedermelk, diergeneesmiddelen in koemelk, nitraat in drinkwater: aan het einde van het millennium had onze maaltijd zijn onschuld verloren. Voor altijd?

Wantrouwen groeit
Dat is te vrezen. Niet per se doordat ons voedsel onveiliger zou worden (daarover later meer), maar wel doordat ons wantrouwen groeit.
Op de eerste plaats door de sneltreinvaart waarmee het nieuws over gesjoemel met ons eten zich tegenwoordig verspreidt. Met dank aan twitter, facebook en online nieuwsdiensten is er weinig voor nodig om een schandaal tot schandaal uit te roepen al voor dat duidelijk is of er écht iets verschrikkelijks aan de hand is. Neem het met fecaliën besmette vlees, vanaf dag 1 bekend als ‘poepvlees’. Het tv-programma Zembla kondigde op dinsdag 3 september vorig jaar aan dat de uitzending van die donderdag zou onthullen dat er poepresten op ons vlees achterblijven bij de slacht. Nog voordat de uitzending was begonnen, verspreidde het nieuws zich als een virus. Twitter ontplofte van verontwaardiging. Treinkrant Spits pakte op voorhand uit met twee pagina’s, vooral gevuld met oude voedselincidenten zoals pangasius vol DDT en tilapia met testosteron. CDA en D66 kondigden Kamervragen aan. Toen het dan eindelijk donderdagavond was, leek uitzending van het programma nog maar bijzaak. We wisten alles al.
Maar spannend was het toch. Op Twitter lieten ook politici zich na afloop van de uitzending horen. ‘#Zembla onthutsend over #voedselveiligheid, gesjoemel lijkt schering en inslag.’ (Gerard Schouw, D66). ‘#Zembla ontneemt mij m'n zin in vlees. Opzienbarende feiten.’ (Myrthe Hilkens, PvdA)

Zestien miljoen kenners
Ngo’s wakkerden het vuurtje verder aan. Angst voor voedsel is een uitgelezen kans om de eigen boodschap uit te venten. Wakker Dier (14.800 volgers) twitterde: ‘Boos over gesjoemel met vlees? Elke keer dat je vlees koopt zeg je met je portemonnee: hier is mijn steun!’. Consumentenorganisatie Foodwatch (15.300 volgers): ‘Weer een nieuw schandaal: poepvlees! Het wordt hoog tijd dat consumenten worden beschermd tegen deze wanpraktijken!’ Een emailactie waarin bezorgde burgers minister Schippers en staatsecretaris Dijksma konden laten weten een voedselschandaal als dit onacceptabel te vinden vond gehoor bij 2.590 burgers.
Als het over eten gaat telt Nederland zestien miljoen kenners van wie velen hun mening en afgrijzen over voedsel gretig delen via blogs en sociale media. Het mag geen verrassing zijn dat zoiets als inktvisringen van varkensdarm in no time overal werd overgenomen.

Jakkes-factor
Als er een gemene deler is in de schandalen die de gedaante van een hype aannemen, dan is het de hoge ‘jakkes-factor’. Hoe goorder het verhaal, hoe sneller het zich verspreidt. Of we er ook ziek van kunnen worden, lijkt minder belangrijk. Want dat blijkt vaak reuze mee te vallen. Paardenvlees is prima voedsel (hoewel er wat gedoe was over antibiotica die er mogelijk in zat). En zelfs met de gezondheidsrisico’s van het poepvlees lijkt het mee te vallen. Als je het maar goed genoeg verhit, is er niets aan de hand, liet het Voedingscentrum weten. En volgens Marcel Zwietering, hoogleraar Levensmiddelenmicrobiologie aan Wageningen Universiteit, is het bij de slacht haast onvermijdelijk is dat er darminhoud in contact komt met vlees en zijn bovendien lang niet alle E.coli-bacterieën gevaarlijk. Hij noemde de Zembla-uitzending in De Gelderlander dan ook een ‘storm in een glas water’.

Poepvlees is exemplarisch voor wat sommigen in navolging van de ‘risicosamenleving’ van de socioloog Ulrich Beck, de ‘veiligheidsmaatschappij’ noemen. Of we nu bedreigd worden door criminelen of door bacteriën: we wensen honderd procent veiligheid. Ziekten die ons boven het hoofd hangen proberen we via een bodyscan te tackelen nog voordat ze zich aandienen. We protesteren tégen zinloos geweld, tégen ontsnapte TBS’ers, en als we de kans krijgen straks ook nog tégen bacteriën.
Juist als het over ons eten gaat willen we zekerheid, denkt ook de Britse auteur Rob Lyons die in zijn boek Panic on a plate, how society developed an eating disorder diverse voedselhypes fileert. ‘Dat heeft te maken met het tijdsgewricht waarin we leven. Er zijn steeds minder zekerheden in het leven, we voelen daardoor een sterkere behoefte om van onszelf op aan te kunnen. Het idee dat ons lichaam ons in de steek gaat laten, wordt daarmee steeds angstaanjagender. Die kwetsbaarheid komt - tot uiting in onze angst rondom voedsel.’
Maar voedsel is per definitie een product dat risico’s in zich heeft. ‘Nul risico bestaat niet’, zei ook staatssecretaris Sharon Dijksma vorige maand tegen de Tweede Kamer. Een aantal Kamerleden had opheldering gevraagd over de uitspraak van een inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) over de wijdverbreidheid van fraude (‘een grootschaligheid die verontrustend is’). Uiteraard is elk ziektegeval of overlijden er één te veel, zei Dijksma. ‘Honderd procent veiligheid is echter niet te garanderen, ook niet voor wat betreft voedselveiligheid.’

Grip kwijt
We zijn de grip op ons eten kwijt. Het kenmerk van een broodje aap is dat het verhaal zomaar waar zou kunnen zijn. Dat we bereid zijn te geloven dat gefrituurde varkensanus ons als inktvisringetjes worden verkocht, is veelzeggend. Dat komt niet alleen doordat de moderne voedseltechnologie voor een leek zonder scheikundige achtergrond al snel griezelig lijkt, maar ook doordat we zo vervreemd zijn geraakt van ons bord. De productie van ons eten voltrekt zich buiten ons gezichtsveld. De inhoud van een pakje of zakje in de supermarkt kan net zo makkelijk uit wel zes verschillende landen komen en ook voor de bewerking van ons voedsel worden heel wat voedselkilometers gemaakt. Het beeld geen idee te hebben wat er waar met ons eten wordt gedaan, wordt versterkt door de berichtgeving over voedselschandalen.
Keer op keer blijkt het voor controleurs niet zo eenvoudig te achterhalen waar de bron van de besmetting ligt. Zie de EHEC-affaire in 2011 toen onze Hollandse komkommer ten onrechte in het beklaagdenbankje kwam. Uiteindelijk kon de besmetting worden teruggeleid tot kiemgroenten uit een boerenbedrijf in de buurt van Hamburg en tot fenegriekzaden uit Egypte.
Of zie de met het kankerverwekkende aflatoxine besmette maïs uit Roemenië en Servië vorig voorjaar. Het traceringsonderzoek van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit wees uit dat een deel van die maïs via een veevoederfabriek in Neder-Saksen vijf Nederlandse veevoederbedrijven bereikte en zo in onze varkens terechtkwam. Een andere partij maïs reisde via België. En dat is nog maar een deel van de keten. Want waar die varkens of delen daarvan vervolgens weer zijn gebleven? Voedselproductie is globaal geworden. We slepen van hot naar her met ingrediënten en grondstoffen. Controles zijn nauwelijks grensoverschrijdend. In april vorig jaar riep de NVWA maar liefst 50.000 ton rundvlees terug omdat er mogelijk paard in zou zitten. Het rundvlees was via twee Nederlandse groothandels verspreid over ruim 130 Nederlandse afnemers. Maar ook over de grens was het vlees geleverd. Onder de afnemers bevonden zich 370 bedrijven uit andere Europese lidstaten.

Lauwtjes
Een incident dat vroeger beperkt bleef tot de directe omgeving van een boerderij, krijgt nu al snel internationale proporties. Spaanse olijfolie waarmee gesjoemeld is, kan zomaar in Assen of Maastricht in het schap staan.
En als het er nog niet is, kan het nog komen. Gebeurt er iets in het buitenland dan zijn we er als de kippen bij om mee te smullen.
Als de Britse The Guardian op 8 februari schrijft over drank met verboden vlamvertragende toevoegingen, mozzarella die voor minder dan de helft uit echte kaas bestaat, bevroren garnalen die voor meer dan de helft uit water bestaan en ham op pizza's wat gevogelte blijkt te zijn, wordt dat bericht nog dezelfde dag op diverse blogs en facebookpagina’s gedeeld. De Gelderlander volgt twee dagen later, en waarschuwt ons in vette letters: ‘Nieuw voedselschandaal kan overslaan naar Nederland’. De geraadpleegde bronnen in Nederland reageren lauwtjes: de NVWA  gaat niet in op de vraag of dit ook ons kan treffen en  hoogleraar Voedselkwaliteit Tiny van Boekel zegt niet veel meer dan dat dit ook in Nederland ‘zou kunnen gebeuren’. Maar de toon is gezet.

Eén foutje is genoeg
Is die angst terecht? Al die onderzoeken en controles, steeds strengere Europese wetgeving, hogere kwaliteitseisen aan producenten en toeleveranciers, voortschrijdende voedseltechnologie: wordt ons eten niet juist steeds veiliger?
Het RIVM schat dat jaarlijks 680.000 mensen ziek worden door het eten van besmet voedsel. Of dat aantal over een langere periode daalt of stijgt, is moeilijk te zeggen. Het aantal meldingen van voedselinfecties bij de NVWA daalde sinds 2008 gestaag, maar steeg in 2012 weer. Het aantal zieken, gerelateerd aan uitbraken, lag in 2012 een stuk hoger dan in de voorgaande jaren. Dit werd grotendeels veroorzaakt door de meer dan duizend mensen die ziek waren geworden nadat ze, naar later bleek, besmette gerookte zalm hadden gegeten. Eén foutje of ongeluk in de voedselketen kan grote gevolgen hebben en de cijfers omhoog stuwen.
Het aantal strafrechtelijke onderzoeken naar voedselfraude door de NVWA steeg van zeven in 2008 naar bijna twintig in 2013. Maar of dat ook betekent dat de fraude toeneemt? Zover wil staatssecretaris Dijksma niet gaan. De NVWA is beter geworden en heeft meer menskracht, zo antwoordde ze op kamervragen. Maar ze wijst ook op het zichzelf versterkende effect van voedselhypes. Door de ‘toegenomen aandacht’ voor het fenomeen voedselfraude komen meer signalen en meldingen binnen.

Recalls
Geert Houben, programmaleider Voedselveiligheid bij TNO, twijfelt of ons voedsel veiliger wordt. ‘Het aantal producten dat wordt teruggeroepen lijkt niet af te nemen’, zegt hij voorzichtig. Daaraan toevoegend: ‘Misschien is dat te wijten aan strengere controle.’
Houben wijst op een opmerkelijke trend: de belangrijkste reden voor recalls zijn niet meer altijd besmetting met chemische stoffen of micro-organismen, maar  steeds vaker de aanwezigheid van bestanddelen waarop mensen allergische kunnen reageren. Klachten na het eten van pure chocolade omdat daar melkeiwit in bleek te zitten bijvoorbeeld. Zowel in Europa als de Verenigde Staten houdt tot veertig procent van alle recalls van voedingsproducten verband met allergenen. Als er dus al reden voor bezorgdheid zou moeten zijn, dan maken we ons niet altijd druk om de juiste zaken, vindt hij. ‘Allergenen in onze voeding vormen een snel groeiend probleem met in potentie levensbedreigende situaties’, aldus Houben. ‘Ik vind dat heel zorgwekkend. Affaires zoals poepbacteriën in het vlees zijn incidenten, niet goed te praten, maar de allergenenproblematiek is structureel.  Ik durf te zeggen dat het voor wat betreft de impact op de kwaliteit van leven een groter probleem is dan besmetting met chemische stoffen en micro-organismen. We hebben allemaal wel eens last van de darmen door een voedselinfectie. Heel ongemakkelijk, maar mensen met een voedselallergie vrezen bij elke maaltijd of snack die ze gebruiken voor onverwachte reacties, die levensbedreigend kunnen zijn.’
Bacteriën zitten overal, merkt Houben op. ‘Bedrijven moeten zorgen voor een zo laag mogelijke besmettingsgraad. Maar consumenten hebben zelf ook een taak. Als je je keukendoekje niet wast en daarmee de snijplank afveegt en er vervolgens vlees op snijdt en het vlees niet doorbakt, krijg je problemen.’ Thuis in zijn koelkast hangt sinds jaar en dag een thermometer, om te verifiëren of de temperatuur wel laag genoeg is.

Stevige taal
Of ons eten nu veiliger dan ooit is of niet; zeker is dat het vertrouwen onder consumenten daalt. Dat is slecht nieuws voor overheid en fabrikanten, dus kwam er vorig jaar een Taskforce Voedselvertrouwen om er gezamenlijk de schouders onder te zetten. De uitgeklede NVWA kreeg meer geld en mankracht en heeft de opdracht vaker en strenger onaangekondigd controles uit te voeren om fraude aan te pakken omdat er ‘geen enkele discussie mag bestaan over de borging van volksgezondheid en voedselveiligheid’, zo lieten de betrokken bewindslieden vlak voor de zomer weten.
Stevige taal, maar consumenten zijn anno 2014 niet zomaar gerustgesteld. Zeker voor voedsel lijkt vaak te gelden: eenmaal fout altijd fout. Het fenomeen E-nummers is een voorbeeld van een hardnekkig volksgeloof. Ooit door de Europese Unie ingesteld juist om aan te geven dat deze E-nummers goedgekeurde toegevoegde stoffen zijn, zouden ze de lievelingetjes van de consument moeten zijn. Niets is minder waar. Vanwege een paar twijfelgevallen onder de E-nummers (zoals aspartaam) blijft de hele E-familie voor eeuwig verdacht. Terwijl het in veel gevallen om heel gewone, dagelijkse ingrediënten gaat, zoals eigeel. De voedselindustrie, niet voor een gat gevangen, heeft iets verzonnen op de aanhoudende E-haat: op pakjes en zakjes staat steeds vaker de uitgeschreven naam van het ingrediënt in plaats van het E-nummer ervan. Zeg nou zelf: ‘geelwortel’ staat fijner dan ‘E100’.

Chemofobie
Een vorm van chemofobie, noemt Rob Lyons de angst voor E-nummers. ‘Alles wat uit de natuur komt, wordt gezien als gezond en alles wat kunstmatig is of lijkt, moet haast wel slecht zijn. Dat is een misvatting. Als er al iets onnatuurlijks wordt gebruikt, zoals vlees houdbaar maken met nitriet, dan wegen de voordelen van voedsel dat niet bederft op tegen het hele kleine gezondheidsrisico dat zo’n toevoeging kan hebben.’
Hij wijst op het EHEC-schandaal in Duitsland, het ergste geval van voedselvergiftiging in Europa van de afgelopen jaren. Het werd zoals vaak bij voedselschandalen gezien als gevolg van de doorgeschoten moderne manier van voedselproductie. Lyons: ‘Maar de bron van die besmetting bleek niet van de grote voedselbedrijven te komen, maar van de meest natuurlijke voeding die we kennen: organische kiemgroente. Dat zet het idee van ‘nature is best’ danig op zijn kop. Je kunt stellen dat juist de massaproductie een goed controlesysteem met vergaande veiligheidsprotocollen mogelijk maakt. Meer zelfs dan wanneer we op kleine schaal produceren.’

Wij zijn niet bereid voldoende te betalen voor ons eten en werken zo fraude in de hand, meldde Adviesbureau BoerCroon begin dit jaar, na een onderzoek onder niet-beursgenoteerde producenten en leveranciers in de voedselketen.  Door te lage marges zouden deze genoodzaakt zijn om concessies te doen in kwaliteit, of zelfs terug te vallen op een laatste redmiddel: fraude.

Emotie
In onderzoeken spreken consumenten keer op keer uit dat ze voedsel steeds minder vertrouwen. Desgevraagd antwoorden ze ook dat ze door de voedselschandalen anders winkelen. Maar die antwoorden lijken vooral sociaal wenselijk en door emotie ingegeven. Eenmaal achter de winkelkar blijft het gewoon: waar heb ik zin in en hoeveel kost het?
Kiloknallers houden een onweerstaanbare aantrekkingskracht op consumenten. Plofkip, zo becijferde Wakker Dier onlangs, is nog altijd oververtegenwoordigd in de supermarkt. Zou de consument het niet kopen, dan zou het er niet liggen.
Exemplarisch zijn de verkoopcijfers van gerookte zalm, in oktober 2012 in het nieuws vanwege een levensgevaarlijke salmonellabesmetting. De verkoop kelderde met tweederde. Geen wonder, want wie heeft er nog trek in een toastje gerookte zalm bij krantenkoppen over honderden zieken en vier doden? Van blijvend wantrouwen was echter geen sprake, na ongeveer vijf weken was zalm weer helemaal keukenfähig.
Meer dan dat zelfs. Want, aan welke vis gaven consumenten in 2012 het meeste geld uit? Juist: gerookte zalm.  Volgens de thuisconsumptiecijfers van onderzoeksbureau GfK werd er in 2012 meer gerookte zalm gegeten dan in 2011. En dat we ietsje minder vlees zijn gaan eten de afgelopen jaren kan net zo goed wijzen op het groeiende bewustzijn dat we met teveel op aarde zijn om onbeperkt de carnivoor uit te blijven hangen of op een krappere beurs, dan dat het direct een reactie is op alle schandalen rondom ons vlees.

De schrik van hun leven
Het leeuwendeel van de consumenten eet geen grammetje minder van wat voor door voedselschandalen besmet voedingsmiddel dan ook. En de enkeling die zich afkeert van de grote boze voedselindustrie en zoveel mogelijk zijn eigen eten probeert te verbouwen, komt soms bedrogen uit.
Bewoners in en rond Harlingen kregen onlangs de schrik van hun leven toen uit onderzoek bleek dat de eieren van hun hobbykippen te hoge gehaltes dioxine bevatten. Dat is geen nieuws. Meer dan tien jaar geleden bleek al dat biologische eieren meer dioxine bevatten dan eieren van reguliere kippen. Het Harlingse onderzoek krijgt nu een landelijk vervolg. De resultaten worden naar verwachting dit najaar bekend. Wij voorspellen een hype van twee dagen.

Gepubliceerd in Vrij Nederland van 15 juli 2014
spacer